Categorieën
ministerievanverhalen

#thestorygame

Hoe maak je van een gewone (bestuurlijke of management) visie een winnend en zelfs opwindend ‘beleidsverhaal’? Met steun of zelfs enthousiasme uit de (betrokken) community?

Het is ‘de 1000 dollar vraag’ die (helaas) nog te weinig wordt gesteld, en beantwoord.

Doe even een paar minuten mee onze ‘Story Game’, in 11 rondes, als kleine bijdrage aan dit ‘debat’. Wie is in deze game de favoriete speler, A(nja) of B(erend)? Over de juiste uitslag mag best gecorrespondeerd!

 

1 Verhaal of organisatie

Speler A ‘We moeten ons beleidsplan of idee altijd verpakken en brengen in een goed en voor het publiek spannend en aantrekkelijk VERHAAL’

Speler B ‘Zucht, wordt eens praktisch. We moeten een strakke ORGANISATIE opbouwen, met concrete maatregelen. Dat telt’

2 Elimineren of beloven

Speler A ‘Een goed beleidsverhaal gaat over ELIMINEREN, het laten verdwijnen van een groot probleem, dat interesseert mensen echt’

Speler B ‘Dat zie je echt verkeerd, het gaat over HOOP, een mooie toekomst, over verlangens.

3 Kop of staart

Speler A ‘Alles valt of staat met een treffende kop. Het zijn de TITELS die het doen, minstens 90 procent van het werk’

Speler B ‘Titels? Het juiste ‘frame’? Hou even op, geef gewoon een goede reeks, voor mijn part in een verhaal verpakte, ARGUMENTEN!

 

4 Strategie of tactiek

Speler A ‘Bij veel beleid is strategie ver te zoeken. 90 procent van onze werktijd gaat op aan zoeken naar maatregelen, aan tactiek dus. Ontwikkel en presenteer dus vooral een goed doordacht, strategisch verhaal’.

Speler B ‘Daar heb je wel een punt, maar vergeet de tactiek niet. Het perfecte beleidsverhaal is een geweldige combinatie van strategie en tactiek. Zo bedien je iedereen’

 

5 ‘One sentence’ of boekwerkje

Speler A ‘Een winnend beleidsverhaal laat zich beschrijven in ‘ONE SENTENCE’’

Speler B ‘Jij leest te veel over marketing (HOU OP)’

6 Jij of wij

Speler A ‘Een goed beleidsverhaal, dat ben jij. Het is een PERSOONLIJK verhaal. En jouw persoon staat voor vele, vele anderen’

Speler B ‘Ik geef toe, het klinkt goed, bijna poëzie. Maar mag het wat ZAKELIJKER’

7 Ja of nee

Speler A ‘Verhalen? Ik ga graag naar het theater of kijk thuis een serie. Maar werk is WERK. Beleid is beleid. Doe ff normaal’

Speler B ‘VERHALEN verbinden. Verhalen nuanceren. Verhalen verzachten. Beleidsverhalen …’

8 Concreet of algemeen

Speler A ‘Een goed beleidsverhaal is concreet en SPECIFIEK. Gaat over die ene maatregel, op een geweldig manier gepresenteerd’

Speler B ‘Specifieke verhalen zijn een garantie voor weinig aandacht. Kies voor de BREEDTE, voor een boodschap en idee dat iedereen raakt. Brede beleidsverhalen betekent brede interesse’

9 Maatregel of organisatie

Speler A ‘Schrijf een verhaal over het PRODUCT, de dienst, de maatregel. En laat de fabrikant en de winkel erbuiten’. Niemand is geïnteresseerd in organisaties, in de afzender’

Speler B ‘Presenteer ook over de WINKEL. Wie hebben het beleidsverhaal gemaakt, wat drijft en beweegt hen. Zijn zij te vertrouwen. Dat is belangrijk nieuws’.

 

10 Timing of tijdloos

Speler A ‘Koppel elk beleidsverhaal aan de TIJD. Aan het seizoen waarin het wordt gepresenteerd. Aan strategische momenten, het begin van het jaar of na de vakantie’.

Speler B ‘Een goed verhaal gaat tijden mee. Zinloos. Doe het gewoon TIJDLOOS!’

 

11 Educatie of neutraal

Speler A ‘Zorg dat in elk beleidsverhaal educatie zit verpakt. Het publiek wil graag leren, leren ook om soms ruimer te denken of kijken’

Speler B’ Patronizing! Dat klinkt allemaal heel bevoogdend, vertel gewoon dat verhaal, dat idee. En laat het daarbij alsjeblieft’