Boredom (en videobellen)

De eerste signalen zijn er, mensen zijn al een beetje klaar met video bellen en online conferencing. Dit stelt teamleiders en managers voor de vraag, ‘hoe voorkom je de blues in het team?’.  Enerzijds is dit een luxe vraag, niet aanstellen, in tijd van crisis is het zoals het is. Anderzijds is deze reactie iets te makkelijk, ook vanuit een oogpunt van resultaat. Verveling, ‘boredom’ dempt kwaliteit en productiviteit.

Wat te doen?

Opnieuw valt, als zo vaak, valt te leren van de inmiddels weer hoog geprezen onderwijs sector. Waar verveling onder studenten en leerlingen de ‘silent emotion’. Het wordt vaak onderschat en onder over het hoofd gezien. Verveling komt ook voor bij vrijwilligersactiviteiten zoals trainen. En zeker ook op de werkvloer, waar het in zekere zin een taboe is.

Uit onvrede over dodelijk saaie conferenties en workshops, terwijl de inhoudelijke materie zo boeiend is, stortte ik me vanaf 2000 op het vak van facilitator. Na enige decennia ervaring kom ik vooral uit op drie basale inzichten,

Houdt het kort, organiseer het liefst sessies van maximaal 2 uur.

Varieer in de werkvorm, zorg voor wissel in ritme. Van beeld naar woord, van zitten naar staan, van persoonlijk naar abstract en van simpel tot bijna te moeilijk.

En vooral, een inzicht voor mij van de laatste jaren, zorg voor een collectieve uitdaging, door samen iets te presenteren onder (lichte) druk.

Verveling bij studenten

Over het thema ‘boredom’ is grondig nagedacht door schoolpsycholoog Gayle L. Macklem in ‘Boredom in the classroom’ uit 2015, een boek dus over ‘student motivation’. De auteur heeft slecht en goed nieuws. Boredom bij studenten (maar ook dus werknemers!) is te zien als een ‘state’ en ‘trait’. Als een situatie en een kenmerk. Met andere woorden, sommigen hebben nu eerder last van verveling dan anderen, het zit een beetje ingebakken in de persoon.

Macklem relativeert daarnaast de betekenis van externe prikkels, zoals werkvormen en dergelijke. De verveling valt samen met intrinsieke motivatieproblemen (‘internal causes’). Die zijn wel aan te pakken natuurlijk, maar dat vraagt om een langere inspanning en een meer fundamentele aanpak.

Dan het goede nieuws. Hoe pakken onderwijzers het aan, om leerlingen te motiveren? En wat betekent dit voor de professionele werkvloer?

Niet te bazig

De eerste tip gaat vooral over het vermijden van enkele basisfouten bij het lesgeven. Niet te bazig zijn, vergeten te luisteren en ruimte voor invulling van en door de deelnemer. Een klassiek inzicht natuurlijk, maar daarom niet minder belangrijk.

Meesterschap

Veel valt te winnen met de aard van lesgeven of de inhoud van opdrachten. Het helpt wanneer deelnemers echt kunnen laten zien wat ze in huis hebben (‘a chance to master’) en ook dat te veel routine wordt vermeden. Deelnemers hebben grote behoefte aan authentieke taken. Teveel vragen, de ‘overchallenge’, werkt ook niet, daar wordt je vooral apathisch van.  Kortom, organiseer het werk zo dat trots en plezier een grote kans krijgen. Ook online! Deelnemers willen actief werken en leren, ze hebben die uitdaging nodig!

Creativiteit

Opnieuw, en dat verbaast mij dus niet, wordt het belang benadrukt van autonomie en variatie. De omgeving veranderen (dat kan dus niet altijd!), kunnen kiezen uit meerdere taken, mee bepalen met wie je samenwerkt. En vooral opnieuw, variëren in de vorm, van spel tot debat of rollenwissel. Het wapen tegen verveling is in feite eenvoudig. Creativiteit!

Videobellen, die online conferenties, blijf creatief. Geef ruimte. Ook en vooral als je resultaat nastreeft.

About the author

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *