Categorieën
ministerievanverhalen

Politieke verhalen voor ‘lurkers’

Nu massaal persconferenties worden bekeken en de publieke sector met een revival bezig is, bijna iedereen online is en Twitter meer dan ooit een toevluchtsoord is, is dit verhaal over politieke communicatie uit 2018 behoorlijk leerzaam, ‘Managing democracy in the digital age’. Natuurlijk komt daarin ook datadiefstal en privacy schending aan bod, maar ik leg nu ‘even’ het accent op de manier waarop verhalen worden verteld.

Ontbijten met een krantje

De auteurs Schwanholz en Stoll geven een mooi overzicht van de manier waarop de politieke communicatie in relatief korte periode is veranderd. Het begint met massacommunicatie. De politiek gebruiken vooral televisie en krant, waarbij sprake is van massaal nagevolgde rituelen, het acht uur journaal kijken en in de ochtend de dag beginnen met een krantje. Dat waren nog eens tijden! Individueel contact, en meer tweezijdige communicatie, was mogelijk via een brief en iets later een e-mailtje. Politici en beleidsmakers onderhielden tegelijk ook eigen communicatiekanalen (magazines, offline meetings en later besloten professionele online groepen), niet zozeer bestemd voor de grote massa.

Twitter!

De sociale media veranderden uiteraard ‘alles’, met een hoofdrol voor Twitter. Twitter werd en is een subtiel instrument voor persoonlijke communicatie waarbij heel duidelijk ook wordt gedacht aan ‘derden’ die actief meelezen en kijken. Ik kom daar zo op terug.

Klassieke journalisten gingen Twitter steeds vaker actief gebruiken in hun verslaggeving. Naast de ‘gewone’ berichtgeving kwam er ook altijd de rubriek bij ‘en wat vindt Twitter ervan’. Politici en beleidsmakers reageerden daarop door uitdrukkelijk met eigen berichtjes op ‘likes’ te azen, en daarnaast permanent te proberen op voor hen positieve manier ‘virals’ te krijgen.

Bijna hilarisch is het hoofdstukje over de manier de manier waarop politieke en beleidsverhalen steeds meer vermengd werden met de persoon van de boodschapper. Berichten verspreiden over het gezin, vakantie, culturele voorliefdes of hun favoriete sport, het werd een nieuwe gewoonte.

Bubble’s en uitsluiting, wat is het nut?

Terug naar Twitter. Een fenomeen dat steeds meer werd gebruikt door publiek om afkeer te uiten van politiek en beleid. Online lijkt op die manier weinig goeds te brengen voor een deliberatieve democratie. Toch is het verhaal subtieler. Het percentage dat actief participeert en communiceert op sociale media als Twitter is nog steeds relatief klein. En de praktijk van elkaar ‘block ken’, polariseren en zo de eigen ‘bubble’ versterken is dominant. Waarom wordt dat eigenlijk gedaan? Wat is het nut als streven naar consensus ver weg is? Waarom zou je eigenlijk die moeite doen?

Dan komt het woord ‘lurker’ bovendrijven. Een lurker levert zelf geen bijdrage, maar kijkt en volgt (‘loert’) actief wat gebeurt. Waar politici vroeger de massa bespeelden, is het beeld bijna volledig omgedraaid. Actieve sociale mediagebruikers, ‘gewone mensen’, bespelen nu de achterban van lurkers. Vanuit de stellige overtuiging (de auteurs noemen dit overigens de ‘fantasy of persuasion’) dat hun boodschappen actief worden gevolgd, gewaardeerd en zelfs verspreid worden door de passieve achterban.

Zo zijn sociale media, met een hoofdrol voor Twitter, het nieuwe massamedium geworden. Met helaas voor de formele politici en vertellers van beleidsverhalen veel minder regie (crises of geen crises).